Grappenmaker Walther Huisden overleden

Helaas helaas pindakaas… Hij is niet meer. 81 jaar geworden, een mooie leeftijd. Rust in vrede.

Tegenwoordig kunnen deze grappen eigenlijk niet meer maar ik ken hem uit mijn kinderjaren, en zijn grappen ook. De tijd dat ik meeluisterde naar de grappen van mijn ooms en tantes met buren en voormalige dorpsgenoten na het werk met een biertje in de voortuin. De grappen, grollen en humor over rassenverschillen en met name het andere ras, de dagen van de verzuiling waar ik nog een stukje van mee heb mogen maken. Trots ben ik er niet op, maar benoemen… Dat juist wel.

We speelden in één speeltuin, we waren allemaal van Suriname en Nederland kwam uit tegen Argentië in de finale om de wereldtitel. Dus alle jongens in de straat waren ineens voetballer. Maar de afro-Surinaamse kinderen voetbalden niet met de Hindoestaanse kinderen, en ook niet tegen ze. Met de Turkse kinderen hadden we logischer wijze geen contact want ze spraken toen nog geen Nederlands, kwamen net binnen.

We groeiden op, we werden pubers, er was meer toenadering. Een van de Hollandse meisjes werd 15 en gaf een feestje. Iedereen uit de buurt werd uitgenodigd, we gingen samen naar hetzelfde feestje… Mmm, voor het eerst. De Hindoestaanse jongens in de ene hoek van de huiskamer en de afro-Surinaamse jongens in de andere hoek.

‘Woow,’ werd er plots geroepen, ‘de negerhoek!’ En er werd gewezen met het vingertje van de ene hoek naar de andere.

‘Hoeoeoe,’ werd er teruggeroepen met de vingertjes in tegengestelde richting, ‘de koeliecorner!’

En we lagen met z’n allen in een deuk. Een keer wat anders dan altijd ruzie met elkaar maken bij contact en constant gek over elkaar praten terwijl er afstand werd gehouden, omdat we verschillen in ras, in etniciteit. Het gekkenhuis van de Surinamers toen. Ik had nergens niet geen problemen mee en ging eigenlijk met iedereen om. Net als Patrick en Ülrich. Ik kwam uit het enige Javaanse gezin in de hele buurt zoals ook Patrick uit het enige joodse gezin en Ülrich uit het enige inheemse-.

We werden weer wat ouder, 4/25 of zo. Vooruitgang. Onder de Surinamers nog weinig van de etnische scheidslijnen over. De humor veranderde mee. Niet meer over het andere ras maar over het eigen ras.

De negerslavernij was bij sommigen populair en die jongens konden hele avonden vullen. Ik ging met buikpijn van het lachen naar huis maar o wee als ik meedeed. Alleen zij hadden de monopolie over de krachttermen van de, je weet wel, uit het verleden om uit te spreken en zweepslaggebaren erbij te maken. Als ik dat zou doen, dan zou ik die jongens aan het vernederen zijn geweest en zou dat uit zijn gelopen tot flinke scheldpartijen. Zo ook met de Hindoestaanse jongens uit de buurt over die dronken, je weet wel, en agressief worden wanneer ze iets te veel op hebben. Die gierigaards die graag rijk willen worden.

Sinds 2008 merkte ik ineens dat het weer anders is geworden. 25 jaar later. Ik begin een ouwe lul te worden geloof ik. Ik zag Roue Verveer op YouTube over Surinamers en Antillianen, en in zijn humor verwijzend naar het verleden. Buikpijn van het lachen. Dus ik dacht: Dit moeten mijn Surinaamse vrienden in een Facebookgroep ook zien. Nou, ik werd helemaal verrot gescholden om die post zeg. Wat dacht ik wel niet?

Ik vind de nieuwe generatie knap chagrijnig…

Om terug te komen op Walther Huisden: Rest in peace ouwe, goed dat ik je heb leren kennen op je LP. Bedankt voor jou bijdrage aan de vorming van mijn Surinaamse identiteit. Opdat ze je daarBoven mogen belonen voor de lach en span. Rust zacht.

Een impressie op YouTube:

Advertenties