Op Koewarasan in District Wanica

Moeder was onrustig die dag, keek niet bepaald vrolijk. Ging maar heen en weer, en dan dit en dan dat. Ik wist niet wat er aan de hand was. Het was ook letterlijk niet een zonnige dag, een dag met een grauwe bewolking en later ook nat.

We gingen uit lopen. Langs een voor mij bekende route, de route naar school maar die liepen we voorbij. Een volgende route dan, ook een bekende-, de route naar Serie B op Koewarasan, waar het huis van opa en oma stond.

Moeder ging apart met oma, ik wist niet waarom. Ik deed zoals ik altijd deed bij oma, ik ging me mengen met oom André, moeder’s jongste broertje die toen net 4 was, en neef Rick, de zoon van moeder’s zusje die daar ook altijd was. Spelen en bezig zijn met elkaar, mijn zussen deden ook altijd mee. Oom Rob was afwezig, daarvan zei oma dat hij uit vissen was en dat hij er later zou zijn.

Tijdens het spelen kwam iets in me op, ik verliet het spelen met de anderen, ik moest moeder hebben. Ik ging op zoek, -en ook naar achter het huis waar oma en moeder naartoe verdwenen om even alleen te zijn, maar daar trof ik alleen oma aan. Ze zat gehurkt in een grote wadjan te roeren met vlees dat aan het garen was op open vuur op de grond, het rook lekker. Maar ze was ook aan het huilen.

“Oma, waar is moeder?”

Mijn zusje Mia kwam ook kijken, ook op zoek naar moeder, en een paar momenten later ook Resa. Mia vroeg oma waar moeder was.

Oma ging harder huilen en zei moeizaam: “Ze is weg, ze komt terug.”

Moeder kwam die dag niet meer terug, niet om ons op te halen, maar ook niet om bij ons te zijn met opa, oma en de anderen in het huis. Daar waren we dan, met Mia, Resa en Nicolien. Ik hoor Mia ’s avonds nog huilen daar, roepend om moeder. De nachten waren donker.

’s Morgens werden we wakker van gerommel in de keuken, het geluid van pannen die elkaar raken wanneer ze verplaatst worden, het gekakel van de kippen die hun verzorging kregen. Oma was vroeg op en was dan al bezig met koken, de kinderen moesten eten.

We waren met oom André, van jonger naar jong; oom Rob, tante Ollie, oom Rachmad en oom Moes. Oma leefde met opa en de ouders van opa waren er ook. En nog iemand, een hele bejaarde dame die ik Simbah Sireng noem. Ik weet nog steeds niet welke band ze met de familie had.

Opa had geregeld bezoek, bezoek van grote mensen, letterlijk groot, groter als ik. Later leerde ik begrijpen dat hij krijgskunst beoefende en dat die mensen jongelui waren die met hem de kunst beoefende dan wel in de leer zouden zijn geweest.

De muziek die toen in m’n gedachten kwamen en nog steeds komen omdat dat de muziek thuis was, toen vader en moeder er nog waren, op Santa Boma. De nachten waren donker.

Oom Moes maakte toen al muziek in een bandformatie. Ik herinner me dat hij trots zijn nieuwe aanwinst liet zien, een peperdure microfoon en niet veel later: zagen we hem op de nationale televisie. Eén van de uitzonderingen waarop we laat op mochten blijven, om onze oom op tv te zien.

Naast een borderline

Geschreven volgorde – 3

1 2 3

Chronologische volgorde – 2

1 2 3

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s