Honderdduizenden mensen opnieuw de straat op in Algerije

In Algerije is voor de achtste achtereenvolgende vrijdag gedemonstreerd voor het vertrek van de heersende elite. Tien dagen geleden trad president Bouteflika af onder druk van de aanhoudende betogingen, maar duidelijk is dat dat voor veel mensen niet genoeg is.

De belofte van de interim-regering dat er op 4 juli verkiezingen worden gehouden volstaat niet om de geest weer in de fles te krijgen. De protesten, die eind februari uitbraken, blijven massaal: er zijn geen officiële cijfers van het aantal demonstranten, maar verslaggevers van persbureau Reuters schatten dat het er vandaag alleen al in de hoofdstad Algiers honderdduizenden waren.

Met vlaggen en spandoeken gingen ze de straten op.

Ook in andere steden waren opnieuw grote demonstraties. Betogers droegen spandoeken met teksten als “Weg met de Bende” – zoals de heersende klasse wordt aangeduid – en “Wij eisen vervolging van alle corruptie”. Met name “de drie B’s” moeten het ontgelden: senaatsvoorzitter en interim-president Bensalah, premier Bedoui en voorzitter van het constitutionele hof Belaïz.

Algerije wordt al sinds de onafhankelijkheid van Frankrijk in 1962 bestuurd door een kleine kring die vooralsnog weigert om de macht op te geven. Er is grote maatschappelijke onvrede door de enorme werkloosheid, vooral onder jongeren: zo’n 70 procent van de bevolking is jonger dan 30 en van hen heeft een kwart geen enkel uitzicht op werk. De betogers eisen dat de economie, die zwaar leunt op de olie- en gasvoorraden in het land, wordt geliberaliseerd.

Advertenties