Gelukkig Wieteke is er nog steeds maar V&D heeft het loodje gelegd

Het is nu alweer 17 jaar geleden dat Vroom & Dreesmann een boekje uitgaf met liedjes en teksten van Wieteke van Dort.

Gelukkig Wieteke is er nog steeds maar V&D heeft het loodje gelegd.

In mijn eerdere verhalen heb ik gewag gemaakt van de soms schrijnende omstandigheden in de zogenaamde Contractpensions waar de vele Indische Nederlanders werden ondergebracht nadat zij uit Indonesië waren verdreven, al dan niet in opdracht van de Indonesische machthebbers.

Over dit onderwerp is zelfs een boek verschenen van Griselda Molemans, waarin sommige schrijnende verhalen door haar zijn geplaatst. Hiervoor had zij gedegen onderzoek gedaan. Ook in vele brieven die ik mocht ontvangen rezen soms mijn haren ten berge als ik hiermee geconfronteerd werd.

Kom niet bij mij aan als je het per ongeluk of geluk veel beter veel beter hebt gehad. Natuurlijk waren er ook goede en verantwoordelijke pensioenhouders in Nederland.

Doordat Nederland een zeer groot overschot had aan pensionbedden als gevolg van de magere jaren na de 2e wereldoorlog werd er bijna zonder een goede controle veel bedden besteld voor de gezinnen die vaak overhaast Indonesië moesten verlaten. Een bijna automatisch gecreëerde ramp voltrok zich doordat de pensionhouders beter voor hun eigen portemonnee zorgden dan voor hun gasten. En dan heb ik het nog niet eens over de 60% inhouding die werd gepleegd op inkomens van al die inmiddels oud-Indië gasten.

Maar nu weer even terug naar het boekje van Wieteke en V&D. Wieteke en Eduard Koning schreven op de muziek van Eduard Koning samen een lied over diezelfde Contractpensions. Bedenk dat dit inmiddels al weer ruim 17 jaar geleden werd gemaakt.

De tekst

O lui, dat waren tijen
In het contractpension
Wat hadden we te lijen
Veel kou en weinig zon

Met vier lui op één kamer
Ken je nagaan hoe je sit!
Eén raam, drie opklapbedden
Adoe, so ketjepit

Lien, die had winterhanden
En Toet een wintervoet
En van de bruine bonen
Ik moest aldoor kentoet!

Ma ging stilletjes koken
Rijst, onder de kolong
De bultzak hij ging roken
De hele boel kobong

Eén keer per week maar baaien
Want faker was te duur
Dat seien alle totoks
Waddoeh, dan ruik je suuuuuur!

En als het ons te feel werd
Wees Ma op Pa’s portret
Of op het sawah landschap
In kleur boven het bed

Om hier te mogen wonen
Moet je héél dankbaar zijn
Al noemen ze jou katjang
ONS KRIJGEN ZE NIET KLEIN.

Door Han Dehne

Steun meneer Soemo via bunq.me/meneerSoemo



Categorieën:schrijfsels

Tags: ,

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: